6.5.1 Algemeen

Door de spanningswisseling veroorzaakt door verkeersbelasting worden bruggen aan vermoeiing onderworpen. Als vuistregel geldt dat naarmate het aandeel van het eigengewicht in de totale belasting afneemt, de vermoeiingssterkte eerder een rol zal gaan spelen. Een goede detaillering speelt hierbij een belangrijke rol.

Het aandeel eigengewicht t.o.v. de totale belasting neemt toe in de volgorde:

stalen bruggen staalbeton bruggen betonnen bruggen
spoorbruggen
verkeersbruggen

In zijn algemeenheid geldt dat, als aangegeven in art. 4.12.5 van ENV 1994-2:1997, wanneer het beton is voorgespannen en de drukspanning uitgaande van het belastingmodel infrequente belasting is gelimiteerd en het beton onder alle condities enkel op druk is belast, voor verkeersbruggen geen toetsing van de vermoeiingssterkte nodig is.

Toetsing van de vermoeiingssterkte in zowel langs- als dwarsrichting is nodig voor de volgende onderdelen:

- het beton belast op druk, afschuiving en pons
- voorspanwapening
- wapeningsstaal.

 

 Van kracht is art. 4.3.7.5 van ENV 1992-2: 1995 met daarin opgenomen de algemene formule:

De te gebruiken S-N curve is gegeven in figuur 6.20 en nadere toelichting over de factoren is gegeven in paragraaf 6.5.4.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur 6.20

Karakteristieke S-N curve voor voorspanstaal.

  De relevante parameters behorende bij de S-N curve staan vermeld in tabel 6.4.

 S-N curve

voorspanstaal

 

N*

Stress exponent

D s Rsk [N/mm2]

at N =

k1

k2

N*

2*106

pretension

106

5

9

185

170

post-tensioning:

  • single strands in plastic ducts
  • curved tendons in plastic ducts

and straight tendons

  • curved tendons in steel ducts
  • couplers

106

106

106

106

5

5

3

3

9

9

7

5

185

160

120

80

170

145

110

70

Tabel 6.4

Parameters behorende bij S-N curve als gegeven in figuur 6.20.
De voetnoten behorende bij de tabel zijn hier niet opgenomen.