6.5.2 Vermoeiingssterkte van het beton

Beton afwisselend op druk belast.

Voor beton afwisselend op druk belast, geldt dat voldoende vermoeiingssterkte aanwezig is wanneer wordt voldaan aan de twee rekenregels gegeven in art. 4.3.7.4 van ENV 1992-2: 1995.

met:
s c,max = de grootste waarde voor de drukspanning (uiterste vezel) als gevolg van het belastingmodel frequente belasting
s c,min = de kleinste waarde voor de drukspanning t.p.v. de locatie waar s c,max optreedt
Fcd = de rekenwaarde van de betondruksterkte.

Als s c,min < 0. m.a.w. trek in het beton, dan geldt:

 

 

 

 

 

 

 




Figuur 6.18

Toelaatbare spanningswisseling voor beton op druk belast.

 Rekenvoorbeeld

Gegeven is een staalbeton brug met pompvoeg.

Rustende belasting: s bb = 1,45 N/mm2
Voorspanning uit de pompvoeg: s
bb = 7,00 N/mm2
Verkeer s
bb = 4,27 N/mm2
Temperatuur s
bb = 0,35 N/mm2
Fcd= 38,6 N/mm2

Bijbehorende spanningswisselingen zijn:

s bb,max = 1,45 + 7,00 + 4,27 + 0,35 = 13,07 N/mm2
s
bb,min = 1,45 + 7,00 - 0,35 = 8,1 N/mm2

Het beton is permanent op druk belast, m.a.w.:

 

Beton afwisselend op afschuiving belast.

Voor beton zonder dwarskrachtwapening en afwisselend belast, gelden de rekenregels als gegeven in art. 4.3.7.4 van ENV 1992-2:1995.

Voor

Voor

 

 

 

 

 





Figuur 6.19

Toelaatbare schuifspanningswisseling voor beton zonder dwarskrachtwapening.