6.4.3 Wapeningspercentage

Minimum wapeningspercentage

Controle vindt plaats volgens art. 5.3.2 van ENV 1994-2:1997.
Voor gewapend beton geldt de volgende voorwaarde (voorgespannen beton wijkt hiervan af).

met

waarin:
hc = hoogte betonnen rijvloer
z0 = afstand tussen nl. betonnen rijvloer en nl. ongescheurde samengestelde doorsnede: uitgaande van korteduur situatie
s s = de spanning in het wapeningsstaal. Hiervoor mag de waarde voor fsk worden aangehouden. Echter, om te voldoen aan het
scheurwijdte criterium w 0,30 mm behoort de waarde aangehouden te worden als vermeld in de tabel.

De waarde voor s s mag worden vergroot met een factor h volgens:

onder de voorwaarde dat s s k*fsk.

k = 0,8

Rekenvoorbeeld

Voor een samengestelde staalbeton doorsnede geldt:
hc = 250 mm
z0 = 547 mm
fctm = 4,1 N/mm2
fsk = 500 N/mm2
aanwezige wapening (onder- en bovennet) Æ 16 150 mm:

wapeningspercentage = 1,07% s s = 280 N/mm2





Art. 5.3.2.2 van ENV 1994-2:1997 schrijft voor dat minimaal 50% van de vereiste wapening is gelegen tussen midden rijvloer en uiterste op trek belaste vezel.

Verder geldt volgens art. 4.4.2.2.1 van ENV 1992-2:1995 dat de h.o.h. afstand van de wapening maximaal 200 mm mag bedragen.

Maximum wapeningspercentage

Volgens art. 5.4.2.1.1 van ENV 1992-1-1:1991 geldt een maximum wapeningspercentage van 4%.