5.4.2.3.1 Temperatuur(sprong)

Gehanteerd worden de begrippen:

Lineaire temperatuurverdeling

Het betreft hierbij de dagelijkse wisselingen in temperatuur die een kromming van de brug veroorzaken.
Het beton en het staal kennen dezelfde uitzettingscoëfficiënt, a
T = 12 10-6 / oC. Echter doordat beton een veel grotere warmtecapaciteit bezit kunnen temperatuursverschillen optreden. Volgens de norm NVN-ENV 1991-2-5 mag rekening worden gehouden met een positieve en een negatieve "temperatuursprong". De temperatuursprong is te beschouwen als een schematisatie door equivalente positieve en negatieve temperatuurverschillen. De waarden voor de temperatuurverschillen zijn in tabel 5.6 samengevat.

Soort van brug

D TM, pos

D TM, neg

Stalen brug

18 C

-13 C

Betonnen brug:

kokerligger

T-ligger

massieve plaat

10 C

15 C

15 C

-5 C

-8 C

-8 C

Staalbeton brug

15 C

-18 C

Tabel 5.6
In rekening te brengen temperatuursprong bij
ontwerp van een brug.

De waarden gegeven in tabel 5.6 zijn gebaseerd op een deklaagsysteem van 50 mm. Voor andere diktes moet een correctiefactor c in rekening worden gebracht.
In de bouwfase geldt dat er nog geen asfalt op het brugdek aanwezig is. In dat geval moet er met een verhoogde waarde worden gerekend, waarbij de correctiefactor c voor de positieve gradiënt gelijk is aan 1,5 en voor de negatieve gradiënt gelijk is aan 1.0.

De invloed van de dagelijkse temperatuurwisseling wordt o.a. opgesplitst in een lineair over de hoogte verlopende temperatuur, met formules voor bepaling van de temperatuur aan de bovenkant van het brugdek en de temperatuur aan de onderkant van het brugdek.

Uniforme temperatuurverdeling

Het betreft hierbij de jaarlijkse wisselingen in temperatuur.
Bij temperatuurbelasting gaat het in sommige gevallen niet enkel om de "temperatuursprong" maar ook om de belasting veroorzaakt door verlenging / verkorting van de brug: de zgn. uniforme temperatuurverdeling D
TN. Dit kan aan de orde zijn bij bijv. integrale bruggen. Ter indicatie volgens de VBB 1995 en VOSB 1995 geldt:

Voor combinatie van uniforme temperatuur en lineaire temperatuurverschil geldt:

D TM + w ND TN of

D TN + w MD TM

met:
w N = 0,35 en w M = 0,75