4.1 Inleiding

Veroorzaakt door het tijdsafhankelijke gedrag van het beton, het feit dat beton nauwelijks trek op kan nemen en de samengestelde doorsnede met verschil in gedrag tussen het beton en het staal, moet bij het ontwerp van een staalbeton hoofdligger gerekend worden met verschillende stijfheden. Zo gelden verschillende buigstijfheden bij de bepaling van krachtsverdeling in een staalbeton ligger voor:

Bij bepaling van de stijfheid voor een samengestelde doorsnede met het beton onder trek belast mag conform ENV 1994-2: 1997 art. 4.2.3 het aandeel van het beton niet worden meegenomen, tenzij het verschijnsel van "tension stiffening" in rekening wordt gebracht.
Daarnaast geldt dat er veelal sprake is van grote flensbreedte van de betonnen rijvloer, waardoor een effectieve breedte genoemd "meewerkende breedte" in rekening moet worden gebracht.
Voor een tuibrug, waar naast buiging ook normaalkracht in de hoofdligger optreedt, behoort voor beide een niet gelijke meewerkende breedte aangehouden te worden.
Voor de berekening van de stijfheid wordt uitgegaan van de n-methode (methode van equivalente staaldoorsnede).