3.4 Kostenaspecten

Per situatie moet worden beoordeeld wat de optimale uitvoeringswijze en montagewijze is.

Naast aantoonbare kosten spelen de mogelijke risico’s hierbij ook een rol, bijv. de complexe wijze van werken die ermee gepaard gaat. M.a.w. de kosten van een brug zijn sterk situatieafhankelijk en het verschil in kosten kan over het algemeen worden teruggevoerd op de volgende drie aspecten:

Staal / beton / grond
Voor de plaatliggers, staalsoort S355, geldt bij benadering:

- materiaalkosten f. 1,40 / kg
- fabricagekosten f. 2,40 / kg
- montagekosten f. 1,00 / kg
- conservering f. 65,- / m2
- deuvels ø 22 mm f. 4,- / stuk


Voor de rijvloer, betonkwaliteit C75/C85, geldt bij benadering:

- levering en verwerking van beton f. 400,- /m3
- wapening: levering + verwerking f. 1.700,- / ton
- voorspanning: levering + verwerking

f. 5.500,- / ton

Voor grond aanvoeren en verwerken f. 18,- / m3


Bekisting
Bij gebruik van een mobiele bekisting is een belangrijk kostenaspect of de bekisting vrij verplaatsbaar is over de gehele bruglengte of wanneer een kraan benodigd is om de bekisting te verplaatsen. Een bekisting met de kraan verplaatst geeft naast bijkomende kosten door huur van de kraan extra maatvoeringskosten en een langere uitvoeringstijd.

Hulpconstructies
Het gaat hierbij om het gebruik van vijzels en hulpsteunpunten.
Bij toepassing van vijzels, ter indicatie

- vijzelhoogte 10 cm, vijzelkracht 2500 kN, huur 10 weken f. 25.000,-

 

 

 

 

 

figuur 3.26

Inzet van een hulpsteunpunt met daarop geplaatst vijzel


Bij toepassing van hulpsteunpunten moet onderscheid worden gemaakt tussen de kosten van een hulpsteunpunt boven land en die van een hulpsteunpunt boven water.

Hulpsteunpunt boven land.

Hulpsteunpunten boven water.

Niet beschouwd hierbij zijn kosten t.b.v. aanbrengen van aanvaard- en aanrijdvoorzieningen.

Enkele veel voorkomende identieke conclusies zijn: